
Koos en Jans Cornelis zijn verhuisd van Nieuwvliet naar Terneuzen. Het prachtige uitzicht gaf de doorslag. “Als ik niet in de Schelde had kunnen kijken, was ik nooit naar Terneuzen gekomen”, zegt hij. Samen met zijn vrouw Jans woont Koos in Neptunus.
"Je hebt hier alle voorzieningen binnen handbereik." Belangrijke overwegingen om naar het nieuwe appartementencomplex Neptunus te verhuizen, waren verder de ruimte in de woning en het uitzicht over de Westerschelde. “In Nieuwvliet hadden we een eigen huis in de polder. De huiskamer was 7,25 meter. Hier, in ons nieuwe huis, hebben we een huiskamer van 16 meter”, wijst Koos om zich heen in het grote lichte vertrek.
Ze wonen op de vierde etage van het negen verdiepingen tellende complex. Aan de ene kant kijken ze uit over de stad Terneuzen, aan de andere kant over het water. Ze genieten er intens van.
Neptunus telt ruim veertig appartementen. Daarvan heeft Clavis er tien aangekocht om in te spelen op de vraag naar duurdere, luxe huurwoningen. Koos en Jans Cornelis waren verbaasd toen ze erover hoorden. “We wisten niet beter dan dat het allemaal koopappartementen waren. Gelukkig werden we geattendeerd op de mogelijkheid om te huren in Neptunus. In de praktijk blijkt het verschil tussen kopen en huren bijna nihil. Ik denk dat we er verstandig aan gedaan hebben om te gaan huren. Ook omdat het zorgeloos is. Voor het onderhoud hoeven we niet te zorgen; dat doet Clavis.”
Nadat Koos en Jans Cornelis op het juiste spoor waren gezet was alles snel geregeld. “We namen gelijk een optie op twee appartementen en niet lang daarna hebben we deze gekozen. We hadden volop keuze uit tegels voor de keuken, de badkamer en het toilet, handgrepen voor de keukenkastjes, aanrechtbladen, enzovoorts. Wilde je extra luxe, dan kon dat ook, tegen bijbetaling.”
Wat de verhuizing bespoedigde was de snelle verkoop van het huis in Nieuwvliet. “Het was in vier dagen weg. We kunnen hier blijven wonen tot ik 103 ben. Dan is het geld van de verkoop op”, lacht Koos Cornelis. “Het bevalt goed. Je zit hier heel vrij. De tuin mis ik niet. Nee, ik zou nu absoluut niet meer terug willen.”